Dit ben ik

 

Ik ben Marjolein Mooijman-Merks en ik ben sinds 2001 werkzaam als gastouder. Ik ben getrouwd met Fred en wij hebben twee kinderen, Maartje (1997) en Jeroen (2000).

Na mijn studie aan het HLO (ik ben afgestudeerd als Organisch Chemisch Analist) heb ik op het laboratorium gewerkt bij het NIZO (Nederlands Instituut voor Zuivel Onderzoek) in Ede. Nadat mijn vierjarig contract afliep heb ik besloten weer te gaan werken bij Bever Zwerfsport in Arnhem, waar ik tijdens mijn studie met veel plezier gewerkt heb. Ik wilde heel graag weer met mensen gaan werken, iets wat ik erg gemist had. In de periode dat ik bij Bever werkte, hebben wij onze twee kinderen gekregen. Zij werden liefdevol opgevangen door onze gastouder Mirjam van wie ik de kunst heb afgekeken.

Toen Maartje naar de basisschool ging konden onze kinderen niet meer naar Mirjam en heb ik uiteindelijk besloten zelf als gastouder aan het werk te gaan. Sinds medio 2014 heet mijn opvang ‘Gastouder BijLein’.

Ontwikkelen op hun eigen niveau

Gedurende de basisschoolperiode van onze kinderen is gebleken dat zij beiden hoogbegaafd zijn. Zowel Maartje als Jeroen vertoonden al op hele jonge leeftijd kenmerken van hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. Hoewel wij hier intuitief op de juiste manier mee zijn omgegaan, konden wij niet benoemen waarom onze kinderen reageerden zoals zij dat deden.

Toen duidelijk was dat onze kinderen ‘gewoon’ hoogbegaafd bleken te zijn, ben ik veel gaan lezen en informatiebijeenkomsten bij gaan wonen van specialisten op het gebied van hoogbegaafdheid. Enerzijds om de ‘diagnose’ bevestigd te zien, anderzijds om meer inzicht te krijgen in zaken als faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen en hoe onze kinderen te motiveren. Maar zeker ook om de leerkrachten van Maartje en Jeroen goed uit te kunnen leggen waarom het zo belangrijk is ze uitdagend werk te bieden, minder herhaling te geven en meer verdieping/verbreding in plaats van meer van hetzelfde omdat het ze zo makkelijk afgaat.

In de afgelopen jaren is mij vooral duidelijk geworden dat het belangrijk is een kind met een ontwikkelingsvoorsprong al op hele jonge leeftijd (baby/peuter) te herkennen en erkennen en op een juiste manier met deze voorsprong om te gaan. Zelfs op peuterleeftijd is het al mogelijk faalangst en een negatief zelfbeeld te ontwikkelen. Kinderen kunnen zich snel aanpassen aan de andere kinderen in de groep op de peuterzaal of de eerste kleutergroep. Gevolgen hiervan kunnen zijn : lichamelijke klachten zoals buikpijn of driftbuien, een kind kan zich terugtrekken, zich niet meer laten horen binnen de groep en niet (meer) laten zien wat het in zijn mars heeft.

Binnen mijn opvang daag ik de kinderen uit zich te ontwikkelen op hun niveau. Ik spreek ze bijvoorbeeld aan op hun taal-/rekenvaardigheid en probeer ze te prikkelen nieuwe uitdagingen aan te gaan. Hierbij niet uit het oog verliezend dat juist een kind met een ontwikkelingsvoorsprong een nieuwe ‘moeilijke’ opdracht als heel lastig kan ervaren. Juist voor hen ligt de drempel om nieuwe uitdagingen aan te gaan hoger. En dáár ligt dan míjn uitdaging! Door ervoor te waken dat een kind met een open blik uitdagingen blijft durven aangaan, door de te nemen stappen klein genoeg te houden. En door uitdagingen sámen aan te gaan, met mij maar liever nog met (een van de) andere gastkinderen.